Preventieve en correctieve maatregelen tegen legionella in sanitaire installaties
Een efficiënte anti-legionella behandeling in huishoudelijke en collectieve installaties voor sanitair drinkwater, begint bij de correcte voorbehandeling van het leidingwater. Na de watermeter moet men volgende preventieve behandelingen overwegen, conform aan de toonaangevende Duitse DIN-normen:
1. Filtratie op 80 à 120 μm: daar waar vuildeeltjes (zand, roest…) zich afzetten in de leidingen, kunnen micro-organismen zich vasthechten, zich voeden en uiteindelijk de zgn. ‘biofilm’ beginnen te vormen (= de slijmerige laag die behalve deze vuildeeltjes ook kalk en bacteriën bevat). Onze sanitaire filters geven geen drukof debietverlies tijdens de spoelingen in tegenstroom. Om te vermijden dat de filter een poel van bacteriën wordt (doordat hij niet of te weinig gespoeld wordt), is het aangeraden een automatische filter te plaatsen (voorbeeld: Infinity of Multipur).
2. Ontharding: daar waar de kalk zich afzet in de boiler en de warmwaterleidingen, gaan de bacteriën zich aanhechten en beschutting vinden tegen eventuele thermische desinfecties. Om te vermijden dat de ontharder zelf een kweekpot van bacteriën wordt,
desinfecteren DIN-conforme ontharders automatisch tijdens elke regeneratie (dit minstens 1 maal per 4 dagen). Dit gebeurt met chloor dat bereid wordt uit de pekel d.m.v. een elektrolysecel. Onze zuinigste duo-toestellen ‘Rondomat-Duo’ wisselen tijdens eenzelfde cyclus van kolom telkens wanneer er langer dan 1u geen afname is. Stilstaand water geeft immers kiemgroei.
3. Dosering tegen corrosie: indien er leidingen uit gegalvaniseerd staal aanwezig zijn, moet men een beschermend product doseren (conform aan de drinkwaternormen volgens DIN, FDA, WHO…) om nefaste corrosie te vermijden als gevolg van het ontharde en dus agressieve water. Onderzoek van het WTCB (Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor de Bouw) heeft immers aangetoond dat roest (ijzeroxides) de favoriete maaltijd is voor legionellabacteriën. De doseergroepen voegen proportioneel een maximum van 5 mg/l fosfaten toe in het ontharde water; bv. Medotronic.
Bijkomende correctieve of curatieve behandelingen, te kiezen volgens stijgend infectierisico:
1. Sterilisatie door UV-straling: te plaatsen na de ontharder (in een warmwaterkring
op de vertrekleiding van de boiler). Toepassing: nieuwe kringlopen conform aan de wetgeving m.b.t. dode leidingen en weinig gebruikte aftakpunten. Eventueel aangevuld met een doseergroep voor shockdosering met chloor, peroxide e.d.
2. Dosering en meting van chloor (alleen voor warmwaterkringen): dosering in de vertrekleiding en meting op de retourleiding naar de boiler. De gebruiker kiest en wijzigt naar keuze doseerconcentratie en –frequentie (best discontinu in corrosiegevoelige installaties). Totale veiligheid voor de douchegebruikers door de automatische meting en bijsturing. Toepassing: bestaande installaties met gemiddeld risico.
3. Dosering en meting van chloorbioxide: continue dosering na centrale waterbehandeling. Aangemaakt uit chloriet en chloorzuur. Bestaat uit wandpaneel met stuurkast, mengkamer en membraandoseerpompen, aanzuiglansen en overloopbakken
voor bidons. Opties: meetkit ClO2, online- ClO2-meting, gaswaarschuwingstoestel. Zeer efficiënt tegen biofilm. Toepassing: de meest ernstige situaties.
4. De ultieme legionellafilter: een ultrafiltratie 0,02μm membraanfilter op de kritieke gebruikspunten: de B-Safe is verkrijgbaar als losse filter om in te bouwen in een opbouwdouche.